Nieuws & Artikelen

door TaxCalCul 17 maart 2025
Als je van de brutowinst de operationele kosten (bijvoorbeeld personeelskosten of verkoopkosten) aftrekt en de eventuele operationele opbrengsten (bijvoorbeeld licentie-inkomsten voor farmaceutische bedrijven) optelt, dan bekom je de ebitda. Let er wel op dat er met afschrijvingen in dit stadium nog geen rekening gehouden wordt. De ebitda wordt vaak letterlijk vertaald door “inkomsten voor interest, ... Lees meer
door TaxCalCul 3 maart 2025
Bij TaxCalCul geloven we in de kracht van expertise en persoonlijke ontwikkeling. Al meer dan 40 jaar zijn we een toonaangevend boekhoudkantoor dat zich onderscheidt door kwaliteit, service en klantgerichtheid. We zijn voortdurend op zoek naar getalenteerde professionals die ons team willen versterken.
door TaxCalCul 23 februari 2025
Als ervaren boekhoudkantoor met meer dan 40 jaar expertise volgen wij bij TaxCalCul de fiscale actualiteit op de voet. Het recent gevormde Arizona-regeerakkoord brengt enkele ingrijpende fiscale hervormingen met zich mee die belangrijk zijn voor onze klanten. In deze blogpost analyseren we de belangrijkste wijzigingen en wat deze voor u als ondernemer betekenen. 1. Verhoogde minimumbezoldiging bedrijfsleiders Een belangrijke wijziging voor vennootschappen betreft de minimumbezoldiging voor bedrijfsleiders. Het bestaande minimumloon van €45.000 wordt opgetrokken naar €50.000 en zal voortaan worden geïndexeerd. Dit minimum is vereist om te kunnen genieten van het verlaagd tarief van 20% vennootschapsbelasting op de eerste €100.000 winst. Daarnaast komt er een nieuwe beperking: de bedrijfsleidersbezoldiging mag in de toekomst voor maximaal 20% bestaan uit voordelen alle aard. Dit heeft vooral impact op vennootschappen die een woning ter beschikking stellen aan hun bedrijfsleider. 2. Harmonisatie VVPRbis en liquidatiereserve Goed nieuws voor KMO's: het VVPRbis-stelsel en de liquidatiereserve worden geharmoniseerd. De wachttermijn voor de liquidatiereserve wordt verlaagd van 5 naar 3 jaar. Het tarief stijgt wel licht van 5% naar 6,5% roerende voorheffing vanaf 1 januari 2026 voor nieuw aangelegde liquidatiereserves. Het effectieve tarief komt daarmee op 15%, gelijk aan het VVPRbis-tarief. 3. Nieuwe ondernemersaftrek voor zelfstandigen Voor zelfstandigen wordt een speciale ondernemersaftrek ingevoerd. Deze laat toe om een eerste schijf van de winsten en baten (na aftrek van kosten en verrekening van verliezen) af te trekken. Het precieze bedrag moet nog worden bepaald maar zal in 2029 worden verhoogd. 4. Vereenvoudiging investeringsaftrek De investeringsaftrek wordt flexibeler gemaakt en wordt voortaan onbeperkt overdraagbaar, zonder beperkingen. Dit biedt meer mogelijkheden voor ondernemingen om hun investeringen fiscaal te optimaliseren. 5. Wijzigingen voor O&O-investeringen Voor bedrijven actief in onderzoek en ontwikkeling wordt de gewestelijke attestvereiste voor O&O-investeringen geschrapt. Er komt ook een mogelijkheid om erkend te worden als onderzoekscentrum, wat meer rechtszekerheid biedt over het fiscale kader op lange termijn. 6. Verkorting fiscale onderzoekstermijnen De fiscale procedures worden vereenvoudigd met kortere onderzoeks- en aanslagtermijnen: Standaard 3 jaar (was 6 jaar) 4 jaar voor complexe aangiftes (was 10 jaar) 7 jaar bij vermoedens van fraude (was 10 jaar) 7. Btw-aanpassingen Enkele belangrijke btw-wijzigingen: Herinvoering 6% btw-tarief voor afbraak en heropbouw van woningen Tijdelijk 6% btw op warmtepompen (5 jaar) Verhoging naar 21% btw voor fossiele verwarmingsinstallaties Vanaf 2028: 'real time reporting' voor B2B-transacties 8. Solidariteitsbijdrage op meerwaarden Er komt een nieuwe heffing van 10% op toekomstige meerwaarden van financiële activa. Voor kleine beleggers geldt een vrijstelling tot €10.000. Voor deelnemingen van minstens 20% is er een vrijstelling tot €1 miljoen. Daarboven gelden getrapte tarieven van 1,25% tot 10%. 9. Aanpassingen DBI-aftrek De DBI-aftrek wordt omgevormd naar een vrijstelling. De participatievoorwaarde van 10% blijft behouden, maar de drempel stijgt van €2,5 miljoen naar €4 miljoen voor grote ondernemingen. Conclusie Deze fiscale hervormingen brengen belangrijke wijzigingen met zich mee voor ondernemers en zelfstandigen. Als ervaren boekhoudkantoor staan wij klaar om u te begeleiden bij de implementatie van deze nieuwe maatregelen. Aarzel niet om contact op te nemen met uw dossierbeheerder bij TaxCalCul voor persoonlijk advies over de impact op uw specifieke situatie. Bron: Tiberghien Advocaten ( www.tiberghien.com ) Disclaimer: Dit artikel werd met zorg samengesteld op basis van de beschikbare informatie. Aangezien de definitieve wetteksten nog niet beschikbaar zijn, kunnen er nog wijzigingen optreden. Raadpleeg steeds uw adviseur voor specifiek advies.
door TaxCalCul 3 februari 2025
Als toonaangevend boekhoudkantoor met meer dan 40 jaar ervaring merken wij bij TaxCalCul dat veel van onze klanten vragen hebben over de recente wijzigingen in de fiscale behandeling van hybride bedrijfswagens. In dit artikel zetten we de belangrijkste veranderingen op een rij en bespreken we de impact op uw onderneming. Waarom Deze Nieuwe Regeling? De nieuwe federale regering heeft besloten om het fiscale regime voor hybride bedrijfswagens te herzien. De belangrijkste reden? "Een elektrische bedrijfswagen is niet voor iedereen een optie." Dit geldt vooral voor: Ondernemers in stedelijke context Bewoners van appartementsgebouwen Bedrijven in afgelegen landelijke gebieden Ondernemingen met beperkte budgetten De Nieuwe Fiscale Spelregels Voor Hybride Voertuigen De fiscale aftrekbaarheid wordt vastgeklikt op 75% voor de komende jaren In 2028 daalt dit naar 65% In 2029 wordt dit verder verlaagd naar 57,5% Deze percentages blijven gelden voor de hele gebruiksperiode van het voertuig Voor Elektrische Voertuigen Ter vergelijking blijven elektrische voertuigen genieten van: 100% aftrekbaarheid van lease- of aankoopkosten 100% aftrekbaarheid van energiekosten Praktische Implicaties voor Uw Onderneming Voor Grote Ondernemingen Bij grotere bedrijven zien we dat de keuze voor volledig elektrisch vaak al gemaakt is. De impact van deze nieuwe regeling zal hier beperkt zijn. Voor Zelfstandigen en KMO's Voor kleinere ondernemingen biedt deze regeling interessante mogelijkheden: Meer flexibiliteit in de keuze van bedrijfswagens Langere overgangstermijn naar elektrisch rijden Betere planning van investeringen in wagenpark Fiscale Planning en Advies Als uw strategische partner adviseren wij bij TaxCalCul om: Uw huidige wagenpark te evalueren De fiscale impact voor uw specifieke situatie te berekenen Een langetermijnstrategie te ontwikkelen die past bij uw bedrijfsvoering Conclusie Deze nieuwe regeling biedt ondernemers meer ademruimte in de transitie naar duurzame mobiliteit. Het is echter belangrijk om weloverwogen keuzes te maken die passen bij uw bedrijfssituatie en toekomstplannen. Persoonlijk Advies Wilt u weten wat deze wijzigingen specifiek voor uw onderneming betekenen? Neem contact op met ons team van experts. Met onze jarenlange ervaring in fiscaal advies en boekhouding helpen we u graag bij het maken van de juiste keuzes voor uw bedrijf.
door TaxCalCul 20 januari 2025
In het kader van de overgang naar duurzame energie zijn er fiscale maatregelen ingevoerd om de aftrekbaarheid van voertuigen met een verbrandingsmotor, inclusief hybride voertuigen, geleidelijk af te bouwen tot nul. Om deze overgang soepel te laten verlopen, is er een overgangsregeling ingesteld. Hoe zit het fiscaal met voertuigen? Een overzicht. Voor hybride voertuigen en voertuigen met een verbrandingsmotor aangeschaft tussen 1 juli 2023 en 31 december 2025, blijft de aftrekbaarheid bepaald volgens dezelfde berekeningsmethode. Ter herinnering : dit gebeurt op basis van de CO2-uitstoot van het voertuig volgens de formule 120% - (0,5 x brandstofcoëfficiënt x CO2-uitstoot per km), met een minimale aftrek van 50%, of 40% als het voertuig meer dan 200 gram CO2 uitstoot. Echter, voor hybride voertuigen en voertuigen met een verbrandingsmotor gekocht tussen 1 juli 2023 en 31 december 2025, wordt de aftrekbaarheid, berekend op basis van de CO2-uitstoot, door de overgangsregeling beperkt tot: maximaal 75% in 2025 maximaal 50% in 2026 maximaal 25% in 2027 en tot 0% in 2028 Vanaf aanslagjaar 2026 verdwijnt de minimale aftrekbaarheid van 50% of 40%, waardoor voertuigen met een hoge CO2-uitstoot mogelijk helemaal niet meer aftrekbaar zijn. Een voorbeeld: Een benzinewagen met een CO2-uitstoot van 110 gram, gekocht in oktober 2024, zal volgens de formule voor 65% aftrekbaar zijn (120% - (0,5 x 1(dieselcoëfficiënt) x 110)). De uiteindelijke aftrekbaarheid wordt echter als volgt beperkt: voor 65% in 2024: huidige aftrekregels voor 65% in 2025: huidige aftrekregels met een limiet van 75% die hier niet van toepassing is voor 50% in 2026: huidige aftrekregels afgetopt op 50% voor 25% in 2027: huidige aftrekregels afgetopt op 25% in 2028 zijn deze kosten niet langer aftrekbaar Voor een hybride voertuig met een CO2-uitstoot van 42 gram, eveneens gekocht in oktober 2024, zijn de kosten voor 100% aftrekbaar in 2024. Daarna zijn ze beperkt tot 75% in 2025, 50% in 2026, enzovoort. De kosten voor brandstof van hybride voertuigen, gekocht tussen 1 januari 2023 en 30 juli 2023, zijn nu slechts voor vijftig procent aftrekbaar. Andere uitgaven voor deze voertuigen blijven aftrekbaar volgens de huidige regels zoals hierboven vermeld. Definitieve regeling: Vanaf 1 januari 2026 zijn kosten niet meer aftrekbaar voor hybride voertuigen of voertuigen met een verbrandingsmotor. Voor elektrische voertuigen wordt de huidige maximale aftrekbaarheid met de jaren verminderd, volgens de volgende regels: Voertuigen gekocht in 2026 of eerder zijn volledig aftrekbaar. Voertuigen gekocht in 2027 zijn voor 95% aftrekbaar. Voertuigen gekocht in 2028 zijn voor 90% aftrekbaar. Voertuigen gekocht in 2029 zijn voor 82,5% aftrekbaar. Voertuigen gekocht in 2030 zijn voor 75% aftrekbaar. Voertuigen gekocht in 2031 zijn voor 67,5% aftrekbaar. Een voorbeeld: Een elektrische wagen aangeschaft in maart 2025 is gedurende de hele gebruiksduur volledig aftrekbaar, terwijl een elektrische wagen gekocht in maart 2027 voor 95% aftrekbaar blijft zolang deze in gebruik is. Meer informatie of vragen over dit onderwerp? Neem contact met ons op.
door TaxCalCul 6 januari 2025
De digitale transformatie van het Belgische bedrijfsleven zet zich door. Met de publicatie van de wet van 6 februari 2024 in het Belgisch Staatsblad is het startschot gegeven voor een belangrijke mijlpaal: de verplichte elektronische facturatie vanaf 1 januari 2026. Deze verandering heeft verstrekkende gevolgen voor vrijwel alle btw-plichtige ondernemingen in België. Wat betekent dit concreet? Het versturen van traditionele PDF-facturen via e-mail behoort vanaf 2026 tot het verleden. In plaats daarvan worden 'gestructureerde elektronische facturen' de nieuwe standaard. Deze facturen zijn specifiek ontworpen voor automatische verwerking, wat een revolutie betekent in de manier waarop bedrijven hun facturen beheren. Wie wordt er getroffen? Deze verplichting raakt vrijwel alle btw-belastingplichtigen in België: Als uitreiker van facturen: alle in België gevestigde btw-plichtigen Als ontvanger: alle ondernemingen die voor btw-doeleinden in België geregistreerd zijn Belangrijk om te weten: zelfs als u zelf niet verplicht bent om gestructureerde elektronische facturen uit te reiken (bijvoorbeeld als retailer), moet u wel in staat zijn om deze facturen te ontvangen en te verwerken. Wat zijn uw opties? Er zijn verschillende wegen die u kunt bewandelen: PEPPOL-netwerk : Dit wordt de standaard voor elektronische facturatie in België. Het PEPPOL BIS-formaat zorgt voor een gestandaardiseerde uitwisseling van facturen. HERMES-platform : Dit is een tijdelijke oplossing voor ondernemingen die nog niet klaar zijn voor PEPPOL of waarvan de handelspartners nog niet zijn aangesloten. Financiële steun voor de transitie De overheid voorziet verschillende steunmaatregelen om de overgang te vergemakkelijken: Een verhoogde kostenaftrek van 120% voor factureringspakketten en advieskosten (2024-2027) Vanaf 2025: een verhoogde investeringsaftrek van 20% voor digitale investeringen in facturatie Wat moet u nu doen? Breng uw huidige facturatiestromen in kaart Evalueer uw huidige boekhoudsysteem en software Bepaal welke aanpassingen nodig zijn Maak een planning voor de implementatie Heeft u vragen? De overgang naar elektronische facturatie brengt veel vragen met zich mee: Welk systeem past het beste bij uw onderneming? Hoe integreert u dit in uw bestaande boekhouding? Welke impact heeft dit op uw dagelijkse bedrijfsvoering? Bij TaxCalCul begrijpen we dat deze transitie complex kan zijn. Met onze 40 jaar ervaring in boekhouding en fiscaal advies staan we klaar om u te begeleiden in dit digitaliseringsproces. We helpen u niet alleen met de technische aspecten, maar denken ook proactief mee over de meest efficiënte implementatie voor uw specifieke situatie. Neem vandaag nog contact op met TaxCalCul voor een persoonlijk gesprek over uw situatie. Samen zorgen we ervoor dat u klaar bent voor de toekomst van digitale facturatie. Elektronische facturatie | BOSA (belgium.be) E-invoicing verplicht in 2026: Zo bereid jij je voor | Sage Belux
door TaxCalCul 30 december 2024
Zelfstandigen en bedrijfsleiders kunnen zich een loon laten uitkeren door hun vennootschap. Maar er zijn ook fiscaalvriendelijke manieren om extra geld uit uw bv te halen. Van een simpel dividend tot vastgoed kopen via een aanvullend pensioen - de mogelijkheden zijn divers en de spelregels zijn in 2025 deels vernieuwd. Het aantal zelfstandigen met een managementvennootschap blijft groeien. De voordelige fiscaliteit is hiervoor een belangrijke drijfveer. De vennootschapsbelasting bedraagt 25 procent en voor KMO's zelfs 20 procent op de eerste €100.000 winst. Dit contrasteert sterk met de personenbelasting waar al snel 53,5 procent van uw inkomen wordt afgeroomd, plus nog eens tot 20,5 procent socialezekerheidsbijdragen. Een belangrijke wijziging voor 2025: om te kunnen genieten van het verlaagd tarief van 20 procent moet u als bedrijfsleider een minimumbezoldiging van €50.000 uitkeren (voorheen €45.000). Wat velen niet weten is dat deze bezoldiging niet volledig in cash moet zijn. Ook de forfaitaire waarde van bedrijfswagen, gsm, laptop en internet mogen worden meegerekend. Als u meer dan het minimumbedrag nodig heeft, zijn er verschillende fiscaalvriendelijke technieken om geld uit uw vennootschap te halen. Een overzicht van de tien belangrijkste methoden: Dividend De meest directe weg blijft de uitkering van een dividend. Standaard worden dividenden tegen 30 procent belast, maar via een managementvennootschap is vaak slechts 15 procent verschuldigd dankzij het VVPR-bis-regime. Let wel: er geldt een wachttermijn van drie jaar en de regeling is alleen van toepassing op kapitaal ingebracht na 30 juni 2013. Liquidatiereserve Een interessante ontwikkeling in 2025 is de verkorting van de wachttermijn voor de liquidatiereserve. Na de gebruikelijke vennootschapsbelasting betaalt u eenmalig 10 procent belasting. Nieuw is dat u de reserve na drie jaar (voorheen vijf jaar) kunt uitkeren tegen 6,5 procent roerende voorheffing. Bij liquidatie van de vennootschap blijft de uitkering belastingvrij. Kapitaalvermindering Een kapitaalvermindering laat toe een deel van uw opgebouwde spaarpot uit te keren. Anders dan vroeger wordt de uitkering nu proportioneel verdeeld tussen het fiscaal kapitaal (belastingvrij) en de belaste reserves (belast als dividend). De fiscus hanteert hiervoor een pro-rata berekening. Vastgoed via aanvullend pensioen Als zelfstandige of bedrijfsleider kunt u sparen via het Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen (VAPZ) of een Individuele Pensioentoezegging (IPT). Belangrijk: vanaf 2025 zijn voorschotten voor vastgoedinvesteringen enkel nog mogelijk voor de eigen woning. De 80 procentregel voor de aftrekbaarheid van premies blijft van kracht. Rekening-courant Via uw rekening-courant kunt u een lening verstrekken aan uw vennootschap. De ontvangen intresten worden belast aan 30 procent roerende voorheffing - voordeliger dan de hogere tarieven in de personenbelasting. Voor de vennootschap zijn de intresten aftrekbaar als kost, maar ze moeten wel marktconform zijn. Forfaitaire onkostenvergoeding Voor regelmatige verplaatsingen kunt u een belastingvrije onkostenvergoeding ontvangen. De geïndexeerde bedragen voor 2025 zijn €326,24 als maandvergoeding of €20,39 als dagvergoeding. Ook thuiswerk (€151,70 per maand) en specifieke kosten kunnen vergoed worden. Opties of warranten Het toekennen van aandelenopties of warranten blijft fiscaal interessant. De belasting bij toekenning bedraagt 18 tot 23 procent van de onderliggende aandelenwaarde. De latere meerwaarde bij verkoop is onbelast. Maaltijd- en ecocheques Deze cheques blijven een fiscaalvriendelijk onderdeel van uw verloning. Ze zijn niet onderworpen aan belastingen of sociale bijdragen, al zijn ze niet aftrekbaar in de vennootschapsbelasting. Verhuur aan uw vennootschap Het verhuren van een werkruimte in uw privéwoning aan uw vennootschap blijft mogelijk. De huurinkomsten worden progressief belast, maar u geniet een kostenforfait van 40 procent. Zorg wel voor een marktconforme huurprijs. Vergoeding bestuurder Een tantième of bestuurdersvergoeding blijft een interessante optie. Deze beloning wordt vaak een jaar later belast in de personenbelasting, wat een tijdelijk fiscaal voordeel oplevert. Voor de vennootschap zijn het aftrekbare kosten. Bij TaxCalCul adviseren wij om deze verschillende technieken doordacht te combineren, rekening houdend met uw persoonlijke situatie en toekomstplannen. De fiscale wetgeving is complex en verandert regelmatig - laat u daarom tijdig adviseren over de beste strategie voor uw situatie.
door TaxCalCul 19 december 2024
De laatste jaren hebben steeds meer individuen hun inkomen via een managementvennootschap verdiend. Is dit werkelijk een voordelig systeem, en is het ook geschikt voor u? Volgens gegevens van de Hoge Raad van Financiën is het aantal managementvennootschappen tussen 2015 en 2022 met 19 procent toegenomen. Het groeiende succes heeft twee oorzaken. Door de hoge belastingdruk op arbeid in België zoeken velen naar alternatieven om minder belasting te betalen. Daarnaast is het eenvoudiger geworden om een vennootschap op te richten. Wat is een managementvennootschap? Een managementvennootschap is geen aparte vennootschapstype. Het betreft een gewone vennootschap die bijvoorbeeld ook voor commerciële doeleinden kan worden gebruikt, maar vooral dient als structuur van waaruit de oprichter facturen kan versturen voor geleverde diensten. Het systeem wordt vaak gebruikt door ICT-specialisten, vrije beroepers en hogere kaderleden. Hoe richt u een managementvennootschap op? Meestal wordt gekozen voor een bv. Sinds de nieuwe vennootschapswetgeving van kracht is, is er geen minimumkapitaal meer vereist. ‘Vroeger moest men voor de oprichting van een bvba - nu vervangen door de bv - nog een minimumkapitaal van 18.550 euro onderschrijven’, zegt Joachim De Wintere van het accountancykantoor Quadra S. ‘Daarvan moest minimaal 6.200 euro daadwerkelijk gestort worden. In een éénpersoons-bvba was dat 12.400 euro.’ Om te beginnen met een managementvennootschap, moet men bij een bank een zakelijke rekening openen. Ook is het noodzakelijk een financieel plan op te stellen dat de levensvatbaarheid van de vennootschap aantoont. Met het bankattest en uw financieel plan gaat u naar een notaris. Deze stelt een oprichtingsakte op en laat deze registreren. Vervolgens krijgt u een ondernemingsnummer. Als u ook een btw-nummer aanvraagt, kunt u van start gaan. Enkelen verkiezen een commanditaire vennootschap (CommV) boven een bv. Het voornaamste voordeel hiervan is de flexibiliteit. Zij kunnen zonder formele procedures worden opgericht, vereisen geen financieel plan bij de start, hebben de vrijheid om winsten uit te keren en hoeven geen jaarrekeningen openbaar te maken. Een nadeel is dat vennoten onbeperkt en hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schulden van de vennootschap. Bij een bv is men, behoudens ernstige fouten, niet aansprakelijk voor eventuele schulden en blijft het privévermogen beschermd tegen schuldeisers. Is een managementvennootschap iets voor u? Wanneer de omzet meer dan 100.000 euro bedraagt, wordt een managementvennootschap volgens De Wintere aantrekkelijk. 'Het komt erop neer dat men ongeveer 8.500 euro per maand moet kunnen factureren.' Hoe fiscaal voordelig is een managementvennootschap? Bij het horen van managementvennootschap denkt men vaak aan fiscale voordelen. Volgens de Hoge Raad van Financiën bedraagt de gemiddelde belastingdruk 35 procent. Dit is echter een gemiddelde: sommige betalen meer, anderen minder. We zetten de verschillende manieren om inkomen te verwerven op een rij en vergelijken de bijbehorende fiscale regimes. Werknemer in loondienst Een reguliere werknemer betaalt eerst een socialezekerheidsbijdrage (RSZ-bijdrage) van 13,07 procent op zijn bruto inkomen. Het resterende bedrag - het bruto belastbaar inkomen - wordt progressief belast. Dit betekent dat voor verschillende inkomensschijven telkens een hoger tarief geldt. Vanaf een bruto inkomen van 40.000 euro per jaar stijgt dat tarief snel. Op bedragen boven 48.320 euro betaalt men 50 procent belasting. Daarbovenop komen gemeentebelastingen van gemiddeld zo'n 7 procent. Uit een grafiek in een rapport van de Hoge Raad van Financiën over belastingdruk blijkt dat de gemiddelde 'effectieve heffingsdruk' - de som van belastingen en RSZ-heffingen - al vanaf een inkomen van ongeveer 75.000 euro op 50 procent ligt en dat deze vanaf een inkomen van 180.000 euro naar 60 procent stijgt. Zelfstandig Werken Een zelfstandige met een eenmanszaak draagt bij aan de personenbelasting en betaalt geplafonneerde sociale bijdragen. De belastingdruk blijft over het algemeen lager dan die van een werknemer, maar kan oplopen tot 50 procent. Werken via een managementvennootschap Wanneer men een vennootschap opricht, wordt het geld dat voor diensten wordt gefactureerd, binnen die vennootschap ontvangen. Er zijn verschillende manieren om dat geld te gebruiken, elk met hun eigen fiscale kenmerken. We hebben vier simulaties gemaakt op basis van een belastbaar inkomen van 100.000 euro voor de vennootschap. Minimale bezoldiging en dividenduitkering tegen verlaagd tarief: belastingdruk 32% Men kan ervoor kiezen zichzelf als bedrijfsleider een minimale bezoldiging van bruto 45.000 euro uit te keren. Hierover zijn sociale bijdragen en personenbelasting verschuldigd. In ruil daarvoor betaalt men op de eerste 100.000 euro inkomsten van de vennootschap een verlaagd belastingtarief van 20 procent in plaats van 25 procent. Voor startende vennootschappen is er een uitzondering. De eerste vier jaar kan men genieten van het verlaagd tarief van 20 procent, zelfs als het uitgekeerde loon minder dan 45.000 euro bedraagt. In dit scenario keert men dividenden uit onder het VVPR-bis-regime. Dit is een regeling die kleine ondernemingen toestaat dividenden uit te keren tegen een tarief van slechts 15 procent in plaats van 30 procent roerende voorheffing. Dit gunsttarief is pas na een wachtperiode van drie jaar van toepassing. Bovendien geldt het verlaagde tarief alleen voor kapitaal dat na 30 juni 2013 is ingebracht. In dit scenario houdt men op een bedrag van 100.000 euro belastbaar inkomen 68.000 euro over. Dat resulteert in een belastingdruk van 32 procent. Minimale bezoldiging en winst naar liquidatiereserve: belastingdruk 27,27% Men kan ervoor kiezen zichzelf een minimale bezoldiging uit te betalen en de resterende winst niet als dividend uit te keren, maar na vennootschapsbelasting toe te voegen aan de liquidatiereserve. Hiervoor moet men een heffing van 10 procent in de vennootschapsbelasting betalen. Indien de reserves minimaal vijf jaar in de onderneming blijven, kan men ze uitkeren tegen een tarief van 5 procent roerende voorheffing. Van een bedrag van 100.000 euro blijft er een nettodividend van 69.090 euro over, wat resulteert in een belastingdruk van 30,91 procent. Wanneer men wacht met de uitkering tot het moment van pensionering of de stopzetting van de onderneming, kan men de reserves belastingvrij uitkeren. Hierdoor daalt de totale belastingdruk naar 27,27 procent. Geen loon en dividenduitkering tegen verlaagd tarief: belastingdruk 36,25% Het is ook mogelijk dat men als bedrijfsleider geen loon ontvangt. Hierdoor vermijdt men de betaling van personenbelasting. Echter, zonder loon heeft de onderneming geen recht op het verlaagde tarief in de vennootschapsbelasting voor de eerste 100.000 euro aan inkomsten. ‘U zult echter altijd de minimale sociale bijdragen moeten voldoen’, aldus De Wintere. ‘Deze worden berekend op een jaarinkomen van 16.861,46 euro, wat neerkomt op een minimale sociale bijdrage van 890,51 euro per kwartaal, te verhogen met administratiekosten van minimaal 3,05 procent voor de sociale kas.’ Om geld uit de onderneming te halen, kan men in dit scenario gebruikmaken van de VVPR-bis-regeling. Dit betekent dat men dividenden kan uitkeren tegen een tarief van slechts 15 procent in plaats van 30 procent roerende voorheffing. Van een bedrag van 100.000 euro blijft er een nettodividend van 63.750 euro over, wat neerkomt op een belastingdruk van 36,25 procent. Geen loon en winst naar liquidatiereserve: belastingdruk 31,82% In een laatste scenario kan men ervoor kiezen geen loon uit te keren en de winst naar de liquidatiereserve te laten vloeien, om deze vervolgens na minimaal vijf jaar uit te keren tegen 5 procent roerende voorheffing of belastingvrij bij stopzetting van de onderneming of pensionering. Van een bedrag van 100.000 euro houdt men netto 68.181 euro over, wat neerkomt op een belastingdruk van 31,82 procent. Altijd lager dan 55 procent De belastingdruk voor een managementvennootschap is in diverse scenario's aanzienlijk lager dan de ongeveer 55 procent die geldt als men als werknemer 100.000 euro verdient. Het belastingtarief voor managementvennootschappen blijft bovendien stabiel, zelfs bij een inkomen van 200.000 euro. Als werknemer bereikt men dan al een belastingdruk van 60 procent. In de verschillende scenario's wordt enkel rekening gehouden met de belastingen die op de vennootschap worden geheven. Indien een loon wordt uitgekeerd, moeten daarop ook RSZ-bijdragen en belastingen worden betaald. Maar, volgens accountants, zal de extra heffingsdruk die hierdoor ontstaat, het totale belastingpercentage niet sterk beïnvloeden. Men is overigens niet verplicht zichzelf een bruto loon van 45.000 euro uit te keren. Met 20.000 euro kan men ook al in de dagelijkse uitgaven voorzien en wellicht is er al een andere spaarpot beschikbaar. Men kan bijvoorbeeld leven van het inkomen van de partner en de vennootschap als spaarpot gebruiken. Zodra men zichzelf minder dan 45.000 euro uitkeert, verliest men wel het voordelige tarief van de vennootschapsbelasting, maar op 100.000 euro scheelt dat slechts 5.000 euro. Daartegenover staat dat men met een loon van 20.000 euro in de laagste belastingschijven valt. Zijn de lage RSZ-bijdragen een probleem? Wie werkt met een managementvennootschap betaalt vaak een beperkte bijdrage voor de sociale zekerheid, soms niet meer dan de minimumbijdrage van 3.600 euro per jaar. Dat betekent dat er slechts een beperkt pensioen wordt opgebouwd en dat men extra voor het pensioen moet sparen. Meestal zien personen met een managementvennootschap de liquidatiereserve als hun pensioenspaarpot. Daarnaast kan men in de vennootschap pensioen opbouwen via de tweede pijler met een IPT (individuele pensioentoezegging). De premies voor een IPT zijn fiscaal aftrekbaar voor de onderneming, mits men de 80-procentregel respecteert. Deze regel stelt dat de betaalde premies alleen aftrekbaar zijn als het wettelijk en aanvullend pensioen samen niet meer bedragen dan 80 procent van het laatste brutojaarloon. Vaak is er aan een IPT ook een verzekering voor gewaarborgd inkomen gekoppeld. Deze verzekering biedt recht op een maandelijks inkomen bij ziekte. Zijn er naast de lagere belastingen nog andere voordelen verbonden aan een managementvennootschap? Een deel van de woning kan worden ingebracht in de vennootschap Indien de vennootschap een deel van de woning gebruikt als kantoorruimte, kan men daarvoor huur vragen. Het bedrag dat als eigenaar wordt ontvangen, wordt fiscaal gunstig belast. Slechts 60 procent van het ontvangen huurinkomen is onderworpen aan de personenbelasting, aangezien een kostenforfait van 40 procent in aftrek mag worden gebracht en er geen sociale bijdragen verschuldigd zijn. Voor de vennootschap is de huur volledig aftrekbaar. ‘Maar stel de huurprijs niet te hoog vast’, waarschuwt De Wintere. ‘Deze mag niet hoger zijn dan 5/3de van het gerevaloriseerde kadastraal inkomen, wat betekent dat men het kadastraal inkomen in 2024 nog met een coëfficiënt van 5,46 moet vermenigvuldigen.’ Is de huurprijs hoger, dan zal de fiscus die inkomsten herkwalificeren als beroepsinkomen. Auto op naam van de vennootschap Bij aankoop van een wagen door de vennootschap, kunnen de aanschafkosten van de winst worden afgetrokken. Niet in één keer, maar verspreid over de jaren van gebruik. Dit geldt ook voor verkeersbelastingen, verzekeringen en onderhoud. Bij privégebruik van de wagen geldt dit als een voordeel van alle aard (VAA) waarop personenbelasting moet worden betaald. Onkosten kunnen worden afgetrokken Vrijwel alle kosten die worden gemaakt voor de beroepsuitoefening, zoals verzekeringen, zijn 100 procent aftrekbaar van de winst. Andere kosten zijn deels aftrekbaar, zoals restaurantkosten (69%), relatiegeschenken (50%), internetkosten (naar rato van professioneel gebruik) en autokosten. Welke nadelen kleven er aan een managementvennootschap? Werken via een managementvennootschap biedt minder inkomenszekerheid. Opdrachtgevers kunnen contracten vaak snel beëindigen. Werknemers hebben in dat opzicht veel betere bescherming. Er worden ook minder sociale rechten opgebouwd en er is geen recht op werkloosheidsuitkeringen. Wettelijke uitkeringen bij ziekte of invaliditeit zijn aanzienlijk lager dan die voor werknemers. Hiervoor kan men echter wel een aanvullende verzekering afsluiten. Het beheren van een vennootschap vraagt bovendien veel tijd en administratieve inspanning van de bedrijfsleider. Het is noodzakelijk om een accountant in te schakelen voor hulp bij btw-aangiftes, vennootschapsbelastingaangifte en het opstellen van jaarrekeningen. De kosten hiervoor - vaak enkele duizenden euro's per jaar - zijn kosten die een werknemer niet zou hebben. Bovendien zijn er nog enkele vaste belastingen die elke vennootschap moet betalen. Denk hierbij aan gemeentebelasting, provinciebelasting en een sociale bijdrage die de vennootschap moet betalen van minimaal 387,34 euro. Bron: De Tijd ~ Dirk Selleslagh
door TaxCalCul 9 december 2024
Degenen die een pand slopen om een nieuwe woning te realiseren, kunnen mogelijk profiteren van een verlaagd btw-tarief van 6 procent. Diverse regelingen volgden elkaar snel op. Eind november zijn enkele daarvan verlengd. Moet men zich haasten om nog van het verlaagde btw-tarief voor sloop en heropbouw te profiteren? Veel bouwheren en kopers van heropgebouwde woningen vragen zich dat af. Het verschil in kosten is aanzienlijk: als het tarief van toepassing is, betaalt men slechts 6 procent btw in plaats van de gebruikelijke 21 procent. Er is verwarring ontstaan door de opeenvolging van verschillende regelingen. Niet iedereen heeft echter haast. Naast twee tijdelijke regelingen, geldig tot midden 2025, zijn er ook twee permanente. Elk met hun eigen voorwaarden. Hier een overzicht. Tijdelijke regelingen tot midden 2025 De Kamer heeft eind november de verlenging van twee overgangsregelingen goedgekeurd. Deze werden ingevoerd toen op 1 januari 2024 een nieuwe, permanente regeling van kracht werd en de bestaande regelingen verving. De verlenging is positief nieuws voor verkopen door projectontwikkelaars en sleutel-op-de-deurbedrijven in het hele land, evenals voor bouwheren in 32 centrumsteden. Vanaf begin 2025 zouden zij anders 21 procent btw moeten betalen in plaats van 6 procent. Door de verlenging is dit uitgesteld tot 30 juni 2025. ‘De gunstregeling geldt als uiterlijk op 30 juni 2025 gefactureerd is of de factuur is voldaan’, aldus Tim Van Sant, btw-specialist bij PwC Tax Consultants. Het betreft: Verkoop (op plan) Van begin 2021 tot eind 2023 konden projectontwikkelaars en sleutel-op-de-deurbedrijven een pand slopen en de nieuw gebouwde woning met 6 procent btw verkopen. Let op, de overgangsregeling geldt alleen voor projecten waarvoor de omgevingsvergunning voor 1 juli 2023 is aangevraagd. Bovendien moet het de enige en eigen woning van de koper zijn en mag de maximale bewoonbare oppervlakte 200 vierkante meter bedragen. 32 centrumsteden Een andere overgangsregeling geldt voor projecten in 32 centrumsteden waarvoor de omgevingsvergunning vóór 1 januari 2024 werd aangevraagd. ‘De voorwaarden in die stedelijke gebieden waren zeer beperkt. Het is voldoende dat het gaat om een woning die voornamelijk privé wordt gebruikt. Dit kan dus ook een tweede verblijf zijn, en de oppervlakte is niet van belang’, aldus Van Sant. ‘Aannemingscontracten die door zowel particuliere bouwheren als vennootschappen zijn afgesloten, komen in aanmerking. Woningen die bij een projectontwikkelaar zijn gekocht, vallen niet onder deze regeling.’ Permanente regelingen zonder tijdsdruk Er zijn twee regelingen die permanent zijn. Voor de projecten die hiervoor in aanmerking komen, is er geen enkele tijdsdruk. Particuliere bouwheren De permanente regeling voor particuliere bouwheren is sinds begin 2024 van toepassing in heel België. Deze gunstregeling geldt voor aannemingscontracten waarbij een bouwheer een of meerdere aannemers inschakelt om een gebouw op een perceel te slopen en er een woning te bouwen. Verkoop of verkoop op plan door bouwpromotoren, sleutel-op-de-deurbedrijven en projectontwikkelaars zijn uitgesloten. Daarbij moeten enkele voorwaarden nageleefd worden (zie kader). Woningen om te verhuren Sinds 1 juni 2024 is de btw-regeling uitgebreid naar woningen die minimaal 15 jaar verhuurd worden aan een of meerdere opeenvolgende private huurders die er hun hoofdverblijfplaats hebben. ‘De regeling geldt voor aannemingscontracten waarbij de bouwheer een of meerdere aannemers inschakelt. De woning kan zowel door een particuliere bouwheer als een investeerder met een vennootschap heropgebouwd worden’, zegt Van Sant. Projectontwikkelaars zijn uitgesloten.  Sociale verhuur via bijvoorbeeld een sociaal verhuurkantoor of een huisvestingsmaatschappij voor minimaal 15 jaar komt al langer in aanmerking. ‘Opvallend is dat de woning bij privéverhuur maximaal 200 vierkante meter groot mag zijn. Bij sociale verhuur is die beperking er niet’, zegt Van Sant.
Toon meer artikelen