Hoe wordt uw managementvennootschap belast?

De laatste jaren hebben steeds meer individuen hun inkomen via een managementvennootschap verdiend. Is dit werkelijk een voordelig systeem, en is het ook geschikt voor u?


Volgens gegevens van de Hoge Raad van Financiën is het aantal managementvennootschappen tussen 2015 en 2022 met 19 procent toegenomen. Het groeiende succes heeft twee oorzaken. Door de hoge belastingdruk op arbeid in België zoeken velen naar alternatieven om minder belasting te betalen. Daarnaast is het eenvoudiger geworden om een vennootschap op te richten.


Wat is een managementvennootschap?


Een managementvennootschap is geen aparte vennootschapstype. Het betreft een gewone vennootschap die bijvoorbeeld ook voor commerciële doeleinden kan worden gebruikt, maar vooral dient als structuur van waaruit de oprichter facturen kan versturen voor geleverde diensten. Het systeem wordt vaak gebruikt door ICT-specialisten, vrije beroepers en hogere kaderleden.


Hoe richt u een managementvennootschap op?


Meestal wordt gekozen voor een bv. Sinds de nieuwe vennootschapswetgeving van kracht is, is er geen minimumkapitaal meer vereist. ‘Vroeger moest men voor de oprichting van een bvba - nu vervangen door de bv - nog een minimumkapitaal van 18.550 euro onderschrijven’, zegt Joachim De Wintere van het accountancykantoor Quadra S. ‘Daarvan moest minimaal 6.200 euro daadwerkelijk gestort worden. In een éénpersoons-bvba was dat 12.400 euro.’


Om te beginnen met een managementvennootschap, moet men bij een bank een zakelijke rekening openen. Ook is het noodzakelijk een financieel plan op te stellen dat de levensvatbaarheid van de vennootschap aantoont.


Met het bankattest en uw financieel plan gaat u naar een notaris. Deze stelt een oprichtingsakte op en laat deze registreren. Vervolgens krijgt u een ondernemingsnummer. Als u ook een btw-nummer aanvraagt, kunt u van start gaan.


Enkelen verkiezen een commanditaire vennootschap (CommV) boven een bv. Het voornaamste voordeel hiervan is de flexibiliteit. Zij kunnen zonder formele procedures worden opgericht, vereisen geen financieel plan bij de start, hebben de vrijheid om winsten uit te keren en hoeven geen jaarrekeningen openbaar te maken. Een nadeel is dat vennoten onbeperkt en hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schulden van de vennootschap. Bij een bv is men, behoudens ernstige fouten, niet aansprakelijk voor eventuele schulden en blijft het privévermogen beschermd tegen schuldeisers.


Is een managementvennootschap iets voor u?


Wanneer de omzet meer dan 100.000 euro bedraagt, wordt een managementvennootschap volgens De Wintere aantrekkelijk. 'Het komt erop neer dat men ongeveer 8.500 euro per maand moet kunnen factureren.'


Hoe fiscaal voordelig is een managementvennootschap?


Bij het horen van managementvennootschap denkt men vaak aan fiscale voordelen. Volgens de Hoge Raad van Financiën bedraagt de gemiddelde belastingdruk 35 procent. Dit is echter een gemiddelde: sommige betalen meer, anderen minder. We zetten de verschillende manieren om inkomen te verwerven op een rij en vergelijken de bijbehorende fiscale regimes.


Werknemer in loondienst


Een reguliere werknemer betaalt eerst een socialezekerheidsbijdrage (RSZ-bijdrage) van 13,07 procent op zijn bruto inkomen. Het resterende bedrag - het bruto belastbaar inkomen - wordt progressief belast. Dit betekent dat voor verschillende inkomensschijven telkens een hoger tarief geldt.


Vanaf een bruto inkomen van 40.000 euro per jaar stijgt dat tarief snel. Op bedragen boven 48.320 euro betaalt men 50 procent belasting. Daarbovenop komen gemeentebelastingen van gemiddeld zo'n 7 procent.


Uit een grafiek in een rapport van de Hoge Raad van Financiën over belastingdruk blijkt dat de gemiddelde 'effectieve heffingsdruk' - de som van belastingen en RSZ-heffingen - al vanaf een inkomen van ongeveer 75.000 euro op 50 procent ligt en dat deze vanaf een inkomen van 180.000 euro naar 60 procent stijgt.


Zelfstandig Werken


Een zelfstandige met een eenmanszaak draagt bij aan de personenbelasting en betaalt geplafonneerde sociale bijdragen. De belastingdruk blijft over het algemeen lager dan die van een werknemer, maar kan oplopen tot 50 procent.


Werken via een managementvennootschap


Wanneer men een vennootschap opricht, wordt het geld dat voor diensten wordt gefactureerd, binnen die vennootschap ontvangen. Er zijn verschillende manieren om dat geld te gebruiken, elk met hun eigen fiscale kenmerken. We hebben vier simulaties gemaakt op basis van een belastbaar inkomen van 100.000 euro voor de vennootschap.


Minimale bezoldiging en dividenduitkering tegen verlaagd tarief: belastingdruk 32%


Men kan ervoor kiezen zichzelf als bedrijfsleider een minimale bezoldiging van bruto 45.000 euro uit te keren. Hierover zijn sociale bijdragen en personenbelasting verschuldigd. In ruil daarvoor betaalt men op de eerste 100.000 euro inkomsten van de vennootschap een verlaagd belastingtarief van 20 procent in plaats van 25 procent.


Voor startende vennootschappen is er een uitzondering. De eerste vier jaar kan men genieten van het verlaagd tarief van 20 procent, zelfs als het uitgekeerde loon minder dan 45.000 euro bedraagt.


In dit scenario keert men dividenden uit onder het VVPR-bis-regime. Dit is een regeling die kleine ondernemingen toestaat dividenden uit te keren tegen een tarief van slechts 15 procent in plaats van 30 procent roerende voorheffing. Dit gunsttarief is pas na een wachtperiode van drie jaar van toepassing. Bovendien geldt het verlaagde tarief alleen voor kapitaal dat na 30 juni 2013 is ingebracht.


In dit scenario houdt men op een bedrag van 100.000 euro belastbaar inkomen 68.000 euro over. Dat resulteert in een belastingdruk van 32 procent.


Minimale bezoldiging en winst naar liquidatiereserve: belastingdruk 27,27%


Men kan ervoor kiezen zichzelf een minimale bezoldiging uit te betalen en de resterende winst niet als dividend uit te keren, maar na vennootschapsbelasting toe te voegen aan de liquidatiereserve. Hiervoor moet men een heffing van 10 procent in de vennootschapsbelasting betalen.


Indien de reserves minimaal vijf jaar in de onderneming blijven, kan men ze uitkeren tegen een tarief van 5 procent roerende voorheffing. Van een bedrag van 100.000 euro blijft er een nettodividend van 69.090 euro over, wat resulteert in een belastingdruk van 30,91 procent.


Wanneer men wacht met de uitkering tot het moment van pensionering of de stopzetting van de onderneming, kan men de reserves belastingvrij uitkeren. Hierdoor daalt de totale belastingdruk naar 27,27 procent.


Geen loon en dividenduitkering tegen verlaagd tarief: belastingdruk 36,25%


Het is ook mogelijk dat men als bedrijfsleider geen loon ontvangt. Hierdoor vermijdt men de betaling van personenbelasting. Echter, zonder loon heeft de onderneming geen recht op het verlaagde tarief in de vennootschapsbelasting voor de eerste 100.000 euro aan inkomsten.


‘U zult echter altijd de minimale sociale bijdragen moeten voldoen’, aldus De Wintere. ‘Deze worden berekend op een jaarinkomen van 16.861,46 euro, wat neerkomt op een minimale sociale bijdrage van 890,51 euro per kwartaal, te verhogen met administratiekosten van minimaal 3,05 procent voor de sociale kas.’


Om geld uit de onderneming te halen, kan men in dit scenario gebruikmaken van de VVPR-bis-regeling. Dit betekent dat men dividenden kan uitkeren tegen een tarief van slechts 15 procent in plaats van 30 procent roerende voorheffing.


Van een bedrag van 100.000 euro blijft er een nettodividend van 63.750 euro over, wat neerkomt op een belastingdruk van 36,25 procent.


Geen loon en winst naar liquidatiereserve: belastingdruk 31,82%


In een laatste scenario kan men ervoor kiezen geen loon uit te keren en de winst naar de liquidatiereserve te laten vloeien, om deze vervolgens na minimaal vijf jaar uit te keren tegen 5 procent roerende voorheffing of belastingvrij bij stopzetting van de onderneming of pensionering.


Van een bedrag van 100.000 euro houdt men netto 68.181 euro over, wat neerkomt op een belastingdruk van 31,82 procent.


Altijd lager dan 55 procent


De belastingdruk voor een managementvennootschap is in diverse scenario's aanzienlijk lager dan de ongeveer 55 procent die geldt als men als werknemer 100.000 euro verdient. Het belastingtarief voor managementvennootschappen blijft bovendien stabiel, zelfs bij een inkomen van 200.000 euro. Als werknemer bereikt men dan al een belastingdruk van 60 procent.


In de verschillende scenario's wordt enkel rekening gehouden met de belastingen die op de vennootschap worden geheven. Indien een loon wordt uitgekeerd, moeten daarop ook RSZ-bijdragen en belastingen worden betaald. Maar, volgens accountants, zal de extra heffingsdruk die hierdoor ontstaat, het totale belastingpercentage niet sterk beïnvloeden.


Men is overigens niet verplicht zichzelf een bruto loon van 45.000 euro uit te keren. Met 20.000 euro kan men ook al in de dagelijkse uitgaven voorzien en wellicht is er al een andere spaarpot beschikbaar. Men kan bijvoorbeeld leven van het inkomen van de partner en de vennootschap als spaarpot gebruiken. Zodra men zichzelf minder dan 45.000 euro uitkeert, verliest men wel het voordelige tarief van de vennootschapsbelasting, maar op 100.000 euro scheelt dat slechts 5.000 euro. Daartegenover staat dat men met een loon van 20.000 euro in de laagste belastingschijven valt.


Zijn de lage RSZ-bijdragen een probleem?


Wie werkt met een managementvennootschap betaalt vaak een beperkte bijdrage voor de sociale zekerheid, soms niet meer dan de minimumbijdrage van 3.600 euro per jaar. Dat betekent dat er slechts een beperkt pensioen wordt opgebouwd en dat men extra voor het pensioen moet sparen.


Meestal zien personen met een managementvennootschap de liquidatiereserve als hun pensioenspaarpot. Daarnaast kan men in de vennootschap pensioen opbouwen via de tweede pijler met een IPT (individuele pensioentoezegging).


De premies voor een IPT zijn fiscaal aftrekbaar voor de onderneming, mits men de 80-procentregel respecteert. Deze regel stelt dat de betaalde premies alleen aftrekbaar zijn als het wettelijk en aanvullend pensioen samen niet meer bedragen dan 80 procent van het laatste brutojaarloon. Vaak is er aan een IPT ook een verzekering voor gewaarborgd inkomen gekoppeld. Deze verzekering biedt recht op een maandelijks inkomen bij ziekte.


Zijn er naast de lagere belastingen nog andere voordelen verbonden aan een managementvennootschap?


Een deel van de woning kan worden ingebracht in de vennootschap


Indien de vennootschap een deel van de woning gebruikt als kantoorruimte, kan men daarvoor huur vragen. Het bedrag dat als eigenaar wordt ontvangen, wordt fiscaal gunstig belast. Slechts 60 procent van het ontvangen huurinkomen is onderworpen aan de personenbelasting, aangezien een kostenforfait van 40 procent in aftrek mag worden gebracht en er geen sociale bijdragen verschuldigd zijn.


Voor de vennootschap is de huur volledig aftrekbaar. ‘Maar stel de huurprijs niet te hoog vast’, waarschuwt De Wintere. ‘Deze mag niet hoger zijn dan 5/3de van het gerevaloriseerde kadastraal inkomen, wat betekent dat men het kadastraal inkomen in 2024 nog met een coëfficiënt van 5,46 moet vermenigvuldigen.’ Is de huurprijs hoger, dan zal de fiscus die inkomsten herkwalificeren als beroepsinkomen.


Auto op naam van de vennootschap


Bij aankoop van een wagen door de vennootschap, kunnen de aanschafkosten van de winst worden afgetrokken. Niet in één keer, maar verspreid over de jaren van gebruik. Dit geldt ook voor verkeersbelastingen, verzekeringen en onderhoud. Bij privégebruik van de wagen geldt dit als een voordeel van alle aard (VAA) waarop personenbelasting moet worden betaald.


Onkosten kunnen worden afgetrokken


Vrijwel alle kosten die worden gemaakt voor de beroepsuitoefening, zoals verzekeringen, zijn 100 procent aftrekbaar van de winst. Andere kosten zijn deels aftrekbaar, zoals restaurantkosten (69%), relatiegeschenken (50%), internetkosten (naar rato van professioneel gebruik) en autokosten.


Welke nadelen kleven er aan een managementvennootschap?


Werken via een managementvennootschap biedt minder inkomenszekerheid. Opdrachtgevers kunnen contracten vaak snel beëindigen. Werknemers hebben in dat opzicht veel betere bescherming.


Er worden ook minder sociale rechten opgebouwd en er is geen recht op werkloosheidsuitkeringen. Wettelijke uitkeringen bij ziekte of invaliditeit zijn aanzienlijk lager dan die voor werknemers. Hiervoor kan men echter wel een aanvullende verzekering afsluiten.


Het beheren van een vennootschap vraagt bovendien veel tijd en administratieve inspanning van de bedrijfsleider. Het is noodzakelijk om een accountant in te schakelen voor hulp bij btw-aangiftes, vennootschapsbelastingaangifte en het opstellen van jaarrekeningen. De kosten hiervoor - vaak enkele duizenden euro's per jaar - zijn kosten die een werknemer niet zou hebben.


Bovendien zijn er nog enkele vaste belastingen die elke vennootschap moet betalen. Denk hierbij aan gemeentebelasting, provinciebelasting en een sociale bijdrage die de vennootschap moet betalen van minimaal 387,34 euro.


Bron: De Tijd ~ Dirk Selleslagh

door TaxCalCul 17 maart 2025
Als je van de brutowinst de operationele kosten (bijvoorbeeld personeelskosten of verkoopkosten) aftrekt en de eventuele operationele opbrengsten (bijvoorbeeld licentie-inkomsten voor farmaceutische bedrijven) optelt, dan bekom je de ebitda. Let er wel op dat er met afschrijvingen in dit stadium nog geen rekening gehouden wordt. De ebitda wordt vaak letterlijk vertaald door “inkomsten voor interest, ... Lees meer
door TaxCalCul 3 maart 2025
Bij TaxCalCul geloven we in de kracht van expertise en persoonlijke ontwikkeling. Al meer dan 40 jaar zijn we een toonaangevend boekhoudkantoor dat zich onderscheidt door kwaliteit, service en klantgerichtheid. We zijn voortdurend op zoek naar getalenteerde professionals die ons team willen versterken.
door TaxCalCul 23 februari 2025
Als ervaren boekhoudkantoor met meer dan 40 jaar expertise volgen wij bij TaxCalCul de fiscale actualiteit op de voet. Het recent gevormde Arizona-regeerakkoord brengt enkele ingrijpende fiscale hervormingen met zich mee die belangrijk zijn voor onze klanten. In deze blogpost analyseren we de belangrijkste wijzigingen en wat deze voor u als ondernemer betekenen. 1. Verhoogde minimumbezoldiging bedrijfsleiders Een belangrijke wijziging voor vennootschappen betreft de minimumbezoldiging voor bedrijfsleiders. Het bestaande minimumloon van €45.000 wordt opgetrokken naar €50.000 en zal voortaan worden geïndexeerd. Dit minimum is vereist om te kunnen genieten van het verlaagd tarief van 20% vennootschapsbelasting op de eerste €100.000 winst. Daarnaast komt er een nieuwe beperking: de bedrijfsleidersbezoldiging mag in de toekomst voor maximaal 20% bestaan uit voordelen alle aard. Dit heeft vooral impact op vennootschappen die een woning ter beschikking stellen aan hun bedrijfsleider. 2. Harmonisatie VVPRbis en liquidatiereserve Goed nieuws voor KMO's: het VVPRbis-stelsel en de liquidatiereserve worden geharmoniseerd. De wachttermijn voor de liquidatiereserve wordt verlaagd van 5 naar 3 jaar. Het tarief stijgt wel licht van 5% naar 6,5% roerende voorheffing vanaf 1 januari 2026 voor nieuw aangelegde liquidatiereserves. Het effectieve tarief komt daarmee op 15%, gelijk aan het VVPRbis-tarief. 3. Nieuwe ondernemersaftrek voor zelfstandigen Voor zelfstandigen wordt een speciale ondernemersaftrek ingevoerd. Deze laat toe om een eerste schijf van de winsten en baten (na aftrek van kosten en verrekening van verliezen) af te trekken. Het precieze bedrag moet nog worden bepaald maar zal in 2029 worden verhoogd. 4. Vereenvoudiging investeringsaftrek De investeringsaftrek wordt flexibeler gemaakt en wordt voortaan onbeperkt overdraagbaar, zonder beperkingen. Dit biedt meer mogelijkheden voor ondernemingen om hun investeringen fiscaal te optimaliseren. 5. Wijzigingen voor O&O-investeringen Voor bedrijven actief in onderzoek en ontwikkeling wordt de gewestelijke attestvereiste voor O&O-investeringen geschrapt. Er komt ook een mogelijkheid om erkend te worden als onderzoekscentrum, wat meer rechtszekerheid biedt over het fiscale kader op lange termijn. 6. Verkorting fiscale onderzoekstermijnen De fiscale procedures worden vereenvoudigd met kortere onderzoeks- en aanslagtermijnen: Standaard 3 jaar (was 6 jaar) 4 jaar voor complexe aangiftes (was 10 jaar) 7 jaar bij vermoedens van fraude (was 10 jaar) 7. Btw-aanpassingen Enkele belangrijke btw-wijzigingen: Herinvoering 6% btw-tarief voor afbraak en heropbouw van woningen Tijdelijk 6% btw op warmtepompen (5 jaar) Verhoging naar 21% btw voor fossiele verwarmingsinstallaties Vanaf 2028: 'real time reporting' voor B2B-transacties 8. Solidariteitsbijdrage op meerwaarden Er komt een nieuwe heffing van 10% op toekomstige meerwaarden van financiële activa. Voor kleine beleggers geldt een vrijstelling tot €10.000. Voor deelnemingen van minstens 20% is er een vrijstelling tot €1 miljoen. Daarboven gelden getrapte tarieven van 1,25% tot 10%. 9. Aanpassingen DBI-aftrek De DBI-aftrek wordt omgevormd naar een vrijstelling. De participatievoorwaarde van 10% blijft behouden, maar de drempel stijgt van €2,5 miljoen naar €4 miljoen voor grote ondernemingen. Conclusie Deze fiscale hervormingen brengen belangrijke wijzigingen met zich mee voor ondernemers en zelfstandigen. Als ervaren boekhoudkantoor staan wij klaar om u te begeleiden bij de implementatie van deze nieuwe maatregelen. Aarzel niet om contact op te nemen met uw dossierbeheerder bij TaxCalCul voor persoonlijk advies over de impact op uw specifieke situatie. Bron: Tiberghien Advocaten ( www.tiberghien.com ) Disclaimer: Dit artikel werd met zorg samengesteld op basis van de beschikbare informatie. Aangezien de definitieve wetteksten nog niet beschikbaar zijn, kunnen er nog wijzigingen optreden. Raadpleeg steeds uw adviseur voor specifiek advies.
Laad meer berichten