Aftrekbare autokosten

In het kader van de overgang naar duurzame energie zijn er fiscale maatregelen ingevoerd om de aftrekbaarheid van voertuigen met een verbrandingsmotor, inclusief hybride voertuigen, geleidelijk af te bouwen tot nul. Om deze overgang soepel te laten verlopen, is er een overgangsregeling ingesteld. Hoe zit het fiscaal met voertuigen?


Een overzicht.


Voor hybride voertuigen en voertuigen met een verbrandingsmotor aangeschaft tussen 1 juli 2023 en 31 december 2025, blijft de aftrekbaarheid bepaald volgens dezelfde berekeningsmethode.


Ter herinnering: dit gebeurt op basis van de CO2-uitstoot van het voertuig volgens de formule 120% - (0,5 x brandstofcoëfficiënt x CO2-uitstoot per km), met een minimale aftrek van 50%, of 40% als het voertuig meer dan 200 gram CO2 uitstoot.


Echter, voor hybride voertuigen en voertuigen met een verbrandingsmotor gekocht tussen 1 juli 2023 en 31 december 2025, wordt de aftrekbaarheid, berekend op basis van de CO2-uitstoot, door de overgangsregeling beperkt tot:


  • maximaal 75% in 2025
  • maximaal 50% in 2026
  • maximaal 25% in 2027
  • en tot 0% in 2028


Vanaf aanslagjaar 2026 verdwijnt de minimale aftrekbaarheid van 50% of 40%, waardoor voertuigen met een hoge CO2-uitstoot mogelijk helemaal niet meer aftrekbaar zijn.


Een voorbeeld:


Een benzinewagen met een CO2-uitstoot van 110 gram, gekocht in oktober 2024, zal volgens de formule voor 65% aftrekbaar zijn (120% - (0,5 x 1(dieselcoëfficiënt) x 110)). De uiteindelijke aftrekbaarheid wordt echter als volgt beperkt:


  • voor 65% in 2024: huidige aftrekregels
  • voor 65% in 2025: huidige aftrekregels met een limiet van 75% die hier niet van toepassing is
  • voor 50% in 2026: huidige aftrekregels afgetopt op 50%
  • voor 25% in 2027: huidige aftrekregels afgetopt op 25%
  • in 2028 zijn deze kosten niet langer aftrekbaar


Voor een hybride voertuig met een CO2-uitstoot van 42 gram, eveneens gekocht in oktober 2024, zijn de kosten voor 100% aftrekbaar in 2024. Daarna zijn ze beperkt tot 75% in 2025, 50% in 2026, enzovoort.


De kosten voor brandstof van hybride voertuigen, gekocht tussen 1 januari 2023 en 30 juli 2023, zijn nu slechts voor vijftig procent aftrekbaar. Andere uitgaven voor deze voertuigen blijven aftrekbaar volgens de huidige regels zoals hierboven vermeld.


Definitieve regeling: Vanaf 1 januari 2026 zijn kosten niet meer aftrekbaar voor hybride voertuigen of voertuigen met een verbrandingsmotor.


Voor elektrische voertuigen wordt de huidige maximale aftrekbaarheid met de jaren verminderd, volgens de volgende regels:


  • Voertuigen gekocht in 2026 of eerder zijn volledig aftrekbaar.
  • Voertuigen gekocht in 2027 zijn voor 95% aftrekbaar.
  • Voertuigen gekocht in 2028 zijn voor 90% aftrekbaar.
  • Voertuigen gekocht in 2029 zijn voor 82,5% aftrekbaar.
  • Voertuigen gekocht in 2030 zijn voor 75% aftrekbaar.
  • Voertuigen gekocht in 2031 zijn voor 67,5% aftrekbaar.


Een voorbeeld:


Een elektrische wagen aangeschaft in maart 2025 is gedurende de hele gebruiksduur volledig aftrekbaar, terwijl een elektrische wagen gekocht in maart 2027 voor 95% aftrekbaar blijft zolang deze in gebruik is.


Meer informatie of vragen over dit onderwerp? Neem contact met ons op.

door TaxCalCul 17 maart 2025
Als je van de brutowinst de operationele kosten (bijvoorbeeld personeelskosten of verkoopkosten) aftrekt en de eventuele operationele opbrengsten (bijvoorbeeld licentie-inkomsten voor farmaceutische bedrijven) optelt, dan bekom je de ebitda. Let er wel op dat er met afschrijvingen in dit stadium nog geen rekening gehouden wordt. De ebitda wordt vaak letterlijk vertaald door “inkomsten voor interest, ... Lees meer
door TaxCalCul 3 maart 2025
Bij TaxCalCul geloven we in de kracht van expertise en persoonlijke ontwikkeling. Al meer dan 40 jaar zijn we een toonaangevend boekhoudkantoor dat zich onderscheidt door kwaliteit, service en klantgerichtheid. We zijn voortdurend op zoek naar getalenteerde professionals die ons team willen versterken.
door TaxCalCul 23 februari 2025
Als ervaren boekhoudkantoor met meer dan 40 jaar expertise volgen wij bij TaxCalCul de fiscale actualiteit op de voet. Het recent gevormde Arizona-regeerakkoord brengt enkele ingrijpende fiscale hervormingen met zich mee die belangrijk zijn voor onze klanten. In deze blogpost analyseren we de belangrijkste wijzigingen en wat deze voor u als ondernemer betekenen. 1. Verhoogde minimumbezoldiging bedrijfsleiders Een belangrijke wijziging voor vennootschappen betreft de minimumbezoldiging voor bedrijfsleiders. Het bestaande minimumloon van €45.000 wordt opgetrokken naar €50.000 en zal voortaan worden geïndexeerd. Dit minimum is vereist om te kunnen genieten van het verlaagd tarief van 20% vennootschapsbelasting op de eerste €100.000 winst. Daarnaast komt er een nieuwe beperking: de bedrijfsleidersbezoldiging mag in de toekomst voor maximaal 20% bestaan uit voordelen alle aard. Dit heeft vooral impact op vennootschappen die een woning ter beschikking stellen aan hun bedrijfsleider. 2. Harmonisatie VVPRbis en liquidatiereserve Goed nieuws voor KMO's: het VVPRbis-stelsel en de liquidatiereserve worden geharmoniseerd. De wachttermijn voor de liquidatiereserve wordt verlaagd van 5 naar 3 jaar. Het tarief stijgt wel licht van 5% naar 6,5% roerende voorheffing vanaf 1 januari 2026 voor nieuw aangelegde liquidatiereserves. Het effectieve tarief komt daarmee op 15%, gelijk aan het VVPRbis-tarief. 3. Nieuwe ondernemersaftrek voor zelfstandigen Voor zelfstandigen wordt een speciale ondernemersaftrek ingevoerd. Deze laat toe om een eerste schijf van de winsten en baten (na aftrek van kosten en verrekening van verliezen) af te trekken. Het precieze bedrag moet nog worden bepaald maar zal in 2029 worden verhoogd. 4. Vereenvoudiging investeringsaftrek De investeringsaftrek wordt flexibeler gemaakt en wordt voortaan onbeperkt overdraagbaar, zonder beperkingen. Dit biedt meer mogelijkheden voor ondernemingen om hun investeringen fiscaal te optimaliseren. 5. Wijzigingen voor O&O-investeringen Voor bedrijven actief in onderzoek en ontwikkeling wordt de gewestelijke attestvereiste voor O&O-investeringen geschrapt. Er komt ook een mogelijkheid om erkend te worden als onderzoekscentrum, wat meer rechtszekerheid biedt over het fiscale kader op lange termijn. 6. Verkorting fiscale onderzoekstermijnen De fiscale procedures worden vereenvoudigd met kortere onderzoeks- en aanslagtermijnen: Standaard 3 jaar (was 6 jaar) 4 jaar voor complexe aangiftes (was 10 jaar) 7 jaar bij vermoedens van fraude (was 10 jaar) 7. Btw-aanpassingen Enkele belangrijke btw-wijzigingen: Herinvoering 6% btw-tarief voor afbraak en heropbouw van woningen Tijdelijk 6% btw op warmtepompen (5 jaar) Verhoging naar 21% btw voor fossiele verwarmingsinstallaties Vanaf 2028: 'real time reporting' voor B2B-transacties 8. Solidariteitsbijdrage op meerwaarden Er komt een nieuwe heffing van 10% op toekomstige meerwaarden van financiële activa. Voor kleine beleggers geldt een vrijstelling tot €10.000. Voor deelnemingen van minstens 20% is er een vrijstelling tot €1 miljoen. Daarboven gelden getrapte tarieven van 1,25% tot 10%. 9. Aanpassingen DBI-aftrek De DBI-aftrek wordt omgevormd naar een vrijstelling. De participatievoorwaarde van 10% blijft behouden, maar de drempel stijgt van €2,5 miljoen naar €4 miljoen voor grote ondernemingen. Conclusie Deze fiscale hervormingen brengen belangrijke wijzigingen met zich mee voor ondernemers en zelfstandigen. Als ervaren boekhoudkantoor staan wij klaar om u te begeleiden bij de implementatie van deze nieuwe maatregelen. Aarzel niet om contact op te nemen met uw dossierbeheerder bij TaxCalCul voor persoonlijk advies over de impact op uw specifieke situatie. Bron: Tiberghien Advocaten ( www.tiberghien.com ) Disclaimer: Dit artikel werd met zorg samengesteld op basis van de beschikbare informatie. Aangezien de definitieve wetteksten nog niet beschikbaar zijn, kunnen er nog wijzigingen optreden. Raadpleeg steeds uw adviseur voor specifiek advies.
Laad meer berichten