Wat zijn de beperkingen en mogelijkheden van een private stichting?

Private stichtingen kunnen zowel positief als negatief worden aangewend. Wat is toegestaan en wat niet? Hier is een beknopte gids om binnen de grenzen te blijven.

Sinds 2002 is het in België mogelijk om een private stichting op te zetten. Met deze optie wil de overheid een alternatief bieden voor soortgelijke constructies in het buitenland, zoals de Nederlandse stichting, de Stiftung uit Liechtenstein of de Angelsaksische trust.

De middelen die u in een private stichting stopt, moeten volgens de wet een ‘onbaatzuchtig doel’ hebben. Maar in tegenstelling tot een openbare stichting hoeft een private stichting niet uitsluitend op filantropische projecten te zijn gericht. Het kan ook worden gebruikt om geld te reserveren voor specifieke privédoeleinden.

Belastingen

Voor het geld dat u in een private stichting stopt, betaalt u in Vlaanderen een schenkingsbelasting van 5,5 procent als u de schenking registreert via een notaris. Ter vergelijking: als u direct aan uw kinderen schenkt, betaalt u 3 procent schenkingsbelasting.

U kunt ook een handgift doen aan de private stichting. U betaalt dan geen belasting, mits u als schenker nog minstens drie jaar in leven blijft. Als dat niet het geval is, dan zijn de tarieven van de erfbelasting van toepassing op het ingebrachte bedrag. Geld dat na het overlijden aan een stichting wordt overgedragen, wordt belast tegen een erfbelastingtarief van 8,5 procent.

Jaarlijks betaalt u ook een belasting op het vermogen van de stichting. Voorheen was dat 0,17 procent op alle vermogens boven 25.000 euro. Sinds dit jaar is dit tarief verhoogd en progressief gemaakt. Tot 50.000 euro betaalt u geen belastingen, tot 250.000 euro geldt een belasting van 0,15 procent, boven 250.000 euro is het 0,30 procent en vanaf 500.000 euro betaalt u 0,45 procent.

Kind met beperking

‘De private stichting wordt vaak aangewend om een kind met een beperking, zoals het Downsyndroom, te voorzien van de nodige middelen,’ zegt advocaat Mark Delboo. ‘Het doel is om levenslange zorg voor dat kind te garanderen. De ouders worden de bestuurders van de stichting en kunnen aangeven wie hun opvolger wordt om het geld voor hun kind te besteden.’

Het is erkend door de Vlaamse belastingdienst (Vlabel) dat er geen erfbelasting betaald hoeft te worden op uitkeringen voor een kind met een handicap, mits de betalingen plaatsvinden na het overlijden van beide ouders. Als het kind komt te overlijden, wordt er vaak een alternatief doel vastgesteld voor de stichting, zoals donaties aan de Koning Boudewijnstichting.

Paren zonder kinderen

Paren zonder kinderen maken vaak gebruik van een private stichting. Hun doel is minder om tijdens hun leven veel geld via de stichting aan familie of goede doelen te geven, maar vooral om hun erfenis te regelen, die tot 55 procent belast kan worden. Met een private stichting kunnen ze bij overlijden hun vermogen laten overdragen aan die stichting tegen een tarief van 8,5 procent.

Vereisten

Om in overeenstemming met de wet te blijven, moet u aan enkele vereisten voldoen met een stichting.

  1. Het is essentieel dat u de term ‘belangeloos doel’ niet te ruim interpreteert. De belangen van de begunstigden moeten voorop staan, vaak gepaard met donaties aan liefdadigheidsinstellingen. Ziekenhuisrekeningen en universiteitsinschrijvingskosten zijn mogelijke opties. Het onderhoud van een kasteel voor toekomstige familiebijeenkomsten kan ook een doel zijn. De aanschaf van een Ferrari valt echter buiten de norm.
  2. De uitkeringen van de stichting moeten tegenover daadwerkelijk gemaakte kosten staan. ‘Het is niet toegestaan om alle begunstigden regelmatig geld te geven. In dat scenario fungeert de stichting simpelweg als een doorgeefluik van het vermogen’, aldus Mark Delboo. ‘De belastingdienst zal dit herclassificeren als een legaat.’
  3. De bestuurders van de stichting moeten discretionair – naar eigen inzicht – kunnen beslissen waar ze geld aan uitgeven. Alleen zij kunnen bepalen waar het geld naartoe gaat en er kunnen geen verplichte uitbetalingen worden vastgesteld. ‘Dit kan soms wat gecompliceerd zijn, omdat naast de statuten van een stichting ook vaak een letter of wishes wordt opgesteld met richtlijnen van de oprichters over wanneer de uitkeringen mogen worden gedaan’, zegt Delboo. ‘Het is cruciaal dat dit geen juridisch afdwingbaar document is. Als dat wel zo is, dan is het een beding ten gunste van een derde en is er wel erfbelasting verschuldigd. Het is dus soms een evenwichtsoefening op een dunne lijn.’

Bron: De Tijd – Dirk Selleslagh