Minimumbezoldiging bedrijfsleiders

Een vennootschap moet minstens 45.000 euro loon betalen aan één van haar bedrijfsleiders om van het verlaagd tarief van 20 % te kunnen genieten. Als ze dat niet doet, is het standaardtarief van toepassing. Daar komt dan nog bij dat ze ook een afzonderlijke aanslag moet betalen. Deze regels gelden voor boekjaren die beginnen vanaf 1 januari 2018.

Welk verlaagd tarief?

Kleine vennootschappen betalen 20 % belasting op de eerste 100.000 euro winst.

Waarom minimumloon betalen?

De regering strijdt tegen “vervennootschappelijking”. De regering wil met andere woorden voorkomen dat ondernemers enkel om fiscale redenen een vennootschap oprichten. Terwijl het economisch logischer is als eenmanszaak te werken.

Hoeveel is het minimum?

Minstens één van de bedrijfsleiders krijgt een bezoldiging van 45.000 euro. Als het belastbaar inkomen lager is dan 45.000 euro, betaalt de vennootschap minstens een loon dat gelijk is aan de behaalde winst. Met belastbaar inkomen wordt hier bedoeld: het resultaat na het uitbetalen van het loon.

Voorbeeld

  • Een bvba heeft na aftrek van de bezoldiging aan de zaakvoerder van 15.000 euro, een belastbaar resultaat van 40.000 euro. Het belastbaar resultaat, verhoogd met de bezoldiging, bedraagt dus 55.000 euro. De minimaal vereiste bezoldiging bedraagt dus 55.000/2 = 27.500 euro. De vennootschap heeft een te laag loon betaald.
  • Een bvba heeft na aftrek van de bezoldiging aan de zaakvoerder van 25.000 euro, een belastbaar resultaat van 25.000 euro. Het belastbaar resultaat, verhoogd met de bezoldiging, bedraagt dus 50.000 euro. De minimaal vereiste bezoldiging bedraagt dus 50.000/2 = 25.000 euro. De vennootschap heeft voldoende betaald, nl. de helft van de winst.

Wat is allemaal loon?

Alle fiscale bezoldigingen tellen mee: Het loon zelf. Voordelen van alle aard. Geherkwalificeerde huurvergoedingen (huur door de vennootschap betaald aan de bedrijfsleider, dat onder bepaalde omstandigheden deels als loon wordt beschouwd).

Voor alle bedrijfsleiders?

De bedrijfsleider met het loon moet een natuurlijk persoon zijn.

Een afzonderlijke aanslag

De voorwaarde bestond vroeger al (drempel bedroeg vroeger 36.000 euro) om van het verlaagd opklimmend tarief te kunnen genieten. Nieuw is de afzonderlijke aanslag. Vennootschappen die geen minimumbezoldiging betalen, moeten een extra belasting betalen.
De basis van de afzonderlijke aanslag is het positieve verschil tussen de wettelijke minimumbezoldiging en de hoogste effectieve bezoldiging. Het tarief van de afzonderlijke aanslag bedraagt 5 %. Hierop is de aanvullende crisisbijdrage van toepassing, zodat het uiteindelijke tarief 5,1 % bedraagt. Vanaf aanslagjaar 2021 wordt dat 10 %.
Voorbeeld

  • Een bvba betaalt een bezoldiging van 35.000 euro in plaats van 45.000 euro. Op het verschil van 10.000 euro moet de bvba 5,1 % belasting betalen.

De afzonderlijke aanslag bedraagt dan 510 euro. De afzonderlijk aanslag is wel een aftrekbare beroepskost. Kleine vennootschappen moeten in de eerste vier belastbare tijdperken vanaf hun oprichting (starters) geen afzonderlijke aanslag betalen.

Andere drempel voor verbonden vennootschappen

Voor verbonden vennootschappen geldt een aparte drempel. Minstens de helft van hun bedrijfsleiders moeten dezelfde personen zijn. Voor deze vennootschappen worden de bezoldigingen die de bedrijfsleider krijgt van de verschillende vennootschappen, samengeteld. De (totale) minimumbezoldiging wordt dan 75.000 euro